Ten einde te verzekeren dat geen enkele Partij meer dan ongeveer een derde van de bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen bezit binnen het toepassingsgebied, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, stukken artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, de aantallen binnen het toepassingsgebied voor die Partij niet groter zijn dan:
13.300 gevechtstanks;
20.000 pantsergevechtsvoertuigen;
13.700 stukken artillerie;
5.150 gevechtsvliegtuigen; en
1.500 aanvalshelikopters.
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Artikel VI
Artikel VI
Onderdeel van Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 9 november 1992