Naar hoofdinhoud

Artikel VIII

Artikel VIII

Onderdeel van Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 9 november 1992

1. De in de artikelen IV, V en VI uiteengezette getalsmatige beperkingen worden uitsluitend verwezenlijkt door middel van vermindering in overeenstemming met het Protocol inzake vermindering, het Protocol inzake de recategorisering van helikopters, het Protocol inzake de reclassificering van vliegtuigen, de voetnoot bij Titel I, paragraaf 2, letter A, van het Protocol inzake bestaande typen en het Protocol inzake inspectie. 2. De categorieën conventionele wapensystemen die zijn onderworpen aan vermindering zijn gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters. De desbetreffende typen zijn vermeld in het Protocol inzake bestaande typen. Gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen worden verminderd door middel van vernietiging, conversie voor niet-militaire doeleinden, tentoonstelling, gebruik als schietdoelen of, in het geval van gepantserde personeelsvoertuigen, aanpassing in overeenstemming met de voetnoot bij Titel I, paragraaf 2, letter A, van het Protocol inzake bestaande typen. Artillerie wordt verminderd door middel van vernietiging of tentoonstelling, of in geval van gemechaniseerde vuurmonden, door middel van gebruik als schietdoelen. Gevechtsvliegtuigen worden verminderd door middel van vernietiging, tentoonstelling, gebruik voor instructiedoeleinden op de grond of, in het geval van bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit, reclassificering als onbewapende lesvliegtuigen. Gespecialiseerde aanvalshelikopters worden verminderd door middel van vernietiging, tentoonstelling of gebruik voor instructiedoeleinden op de grond Algemeen inzetbare aanvalshelikopters worden verminderd door middel van vernietiging, tentoonstelling, gebruik voor instructiedoeleinden op de grond of recategorisering. 3. Bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen worden geacht te zijn verminderd na voltooiing van de procedures uiteengezet in de in het eerste lid van dit artikel genoemde Protocollen en na bekendmaking als voorgeschreven in die Protocollen. Aldus verminderde wapensystemen tellen niet meer mee voor de getalsmatige beperkingen genoemd in de artikelen IV, V en VI. 4. De verminderingen geschieden in drie fasen en dienen uiterlijk 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag te zijn voltooid, zodat: aan het einde van de eerste verminderingsfase, uiterlijk 16 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag, elke Partij heeft verzekerd dat ten minste 25 procent van haar totale verminderingsver plichting in elke categorie van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen is verminderd; aan het einde van de tweede verminderingsfase, uiterlijk 28 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag, elke Partij heeft verzekerd dat ten minste 60 procent van haar totale verminderingsverplichting in elke categorie van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen is verminderd; aan het einde van de derde verminderingsfase, uiterlijk40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag, elke Partij haar totale verminderingsverplichting in elke categorie van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen heeft verminderd. Partijen die overgaan tot conversie voor niet-militaire doeleinden dienen te hebben verzekerd dat de conversie van alle gevechtstanks in overeenstemming met Titel VIII van het Protocol inzake vermindering is voltooid aan het einde van de derde verminderingsfase; en pantsergevechtsvoertuigen die worden geacht te zijn verminderd door middel van gedeeltelijke vernietiging in overeenstemming met Titel VIII, paragraaf 6, van het Protocol inzake vermindering, volledig zijn geconverteerd voor niet-militaire doeleinden, of zijn vernietigd in overeenstemming met Titel IV van het Protocol inzake vermindering, zulks uiterlijk 64 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag. 5. In het kader van de uitwisseling van informatie bij de ondertekening van dit Verdrag wordt opgegeven wat er in het toepassingsgebied aanwezig is wat betreft bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen die moeten worden verminderd. 6. Uiterlijk 30 dagen na de inwerkingtreding van dit Verdrag maakt elke Partij haar verminderingsverplichting aan alle andere Partijen bekend. 7. Tenzij anders is bepaald in het achtste lid van dit artikel, is de verminderingsverplichting van een Partij in elke categorie niet kleiner dan het verschil tussen de, in overeenstemming met het Protocol inzake informatie-uitwisseling, bekendgemaakte aantallen die zij bezit bij ondertekening of op het tijdstip van inwerkingtreding van het Verdrag, naar gelang van welke het grootst zijn, en de maximumaantallen zoals bekendgemaakt ingevolge artikel VII. 8. Elke latere herziening van de aantallen van een Partij, bekendgemaakt ingevolge het Protocol inzake informatie-uitwisseling, dan wel van haar maximumaantallen, bekendgemaakt ingevolge artikel VII, komt tot uitdrukking in een bekend te maken aanpassing van haar verminderingsverplichting. Elke bekendmaking van een verlaging van de verminderingsverplichting van een Partij dient te worden voorafgegaan door of vergezeld te gaan van hetzij een bekendmaking van een overeenkomstige vergroting van de aantallen van één of meer Partijen die tot dezelfde groep van Partijen behoren, mits deze de ingevolge artikel VII bekendgemaakte maximumaantallen niet overschrijden, hetzij een bekendmaking van een overeenkomstige verhoging van de verminderingsverplichting van één of meer van deze Partijen. 9. Bij de inwerkingtreding van dit Verdrag maakt elke Partij aan alle andere Partijen in overeenstemming met het Protocol inzake informatie-uitwisseling de ligging van haar verminderingsplaatsen bekend, waaronder de plaatsen waar de uiteindelijke conversie van gevechtstanks en pantsergevechtsvoertuigen voor niet-militaire doeleinden zal plaatsvinden. 10. Elke Partij heeft het recht zoveel verminderingsplaatsen aan te wijzen als zij wenst, de aanwijzing van bedoelde plaatsen onbeperkt te herzien en de vermindering en de definitieve conversie gelijktijdig uit te voeren op maximaal 20 plaatsen. Partijen hebben het recht, in onderlinge overeenstemming, gezamenlijk gebruik te maken van verminderingsplaatsen of deze op één punt te situeren. 11. Onverminderd het tiende lid van dit artikel mag gedurende het aanvangsinventarisatietijdvak, dat wil zeggen het tijdvak tussen de inwerkingtreding van dit Verdrag en 120 dagen na de inwerkingtreding van dit Verdrag, per Partij in ten hoogste twee verminderingsplaatsen tegelijk tot vermindering worden overgegaan. 12. De vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen geschiedt in verminderingsplaatsen binnen het toepassingsgebied, tenzij in de Protocollen genoemd in het eerste lid van dit artikel anders is bepaald. 13. Het verminderingsproces, met inbegrip van de resultaten van de conversie van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen voor niet-militaire doeleinden, is zowel gedurende het verminderingstijdvak, als in de 24 maanden na het verminderingstijdvak, onderworpen aan inspectie, zonder recht van weigering, in overeenstemming met het Protocol inzake inspectie. Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141). Het vijfde, zesde en achtste lid van dit artikel zijn voorlopig toegepast vanaf 19 november 1990 tot 17 juli 1992 (Trb. 1991/31). Voor voorlopige toepassing zie ook Trb. 1992/126.

Rechtspraak bij dit artikel