Alle autoriteiten die op grond van de bepalingen van dit Verdrag maatregelen hebben genomen, stellen hiervan onverwijld de autoriteiten van de Staat waarvan de minderjarige onderdaan is en, in voorkomend geval, die van de Staat van zijn gewone verblijf, in kennis.
Iedere Verdragsluitende Staat wijst de autoriteiten aan, die rechtstreeks de in het voorafgaande lid bedoelde inlichtingen kunnen geven en ontvangen. Hij geeft van deze aanwijzing kennis aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 1971