Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren dat dit Verdrag mede van toepassing zal zijn op alle gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, of op een of meer van die gebieden. Deze verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop het Verdrag voor die Staat in werking treedt.
Daarna zal van iedere zodanige toepasselijkverklaring mededeling worden gedaan aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.
Indien de toepasselijkverklaring wordt gedaan door een Staat die liet Verdrag heeft ondergetekend en bekrachtigd, treedt het Verdrag voor de betrokken gebieden in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 20. Wordt die verklaring gedaan door een Staat die tot het Verdrag is toegetreden, dan treedt het Verdrag voor de betrokken gebieden in werking, overeenkomstig het bepaalde in artikel 21.
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 1971