Elke Verdragsluitende Staat kan uiterlijk op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding een of meer van de voorbehouden maken, bedoeld in de artikelen 6,15 en 16. Andere voorbehouden zijn niet toegestaan.
Elke Staat kan te allen tijde een voor hem gemaakt voorbehoud intrekken. Deze intrekking wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.
Het voorbehoud houdt op van kracht te zijn op de eerste dag van de derde kalendermaand na de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving.
HOOFDSTUK IV
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1991