Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat het Verdrag zich zal uitstrekken tot het geheel van de gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, of op een of meer van die gebieden. Deze verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop het Verdrag voor die Staat in werking treedt.
Deze verklaring, evenals elke latere uitbreiding, wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.
HOOFDSTUK V
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1992