De uitvoering van een aanvrage om betekening of kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag kan alleen worden geweigerd indien de aangezochte Staat oordeelt dat hierdoor inbreuk zou worden gemaakt op zijn soevereiniteit of veiligheid.
De uitvoering kan niet worden geweigerd op de enkele grond dat de wet van de aangezochte Staat ten aanzien van de zaak waarop de aanvrage betrekking heeft, uitsluitende rechtsmacht voor die Staat opeist, dan wel een rechtsvordering als waarop de aanvrage betrekking heeft, niet toekent.
Van de weigering een aanvrage uit te voeren stelt de centrale autoriteit de aanvrager, met vermelding van de redenen, onverwijld in kennis.
HOOFDSTUK I
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 2 januari 1976