In burgerlijke en handelszaken worden de onderdanen van ieder der verdragsluitende Staten in alle andere verdragstaten op gelijke voet als de eigen onderdanen toegelaten tot het voorrecht van kosteloze rechtsbijstand mits zich gedragende naar de wetgeving van de Staat, waar de kosteloze rechtsbijstand wordt verlangd.
In de Staten, waar kosteloze rechtsbijstand in administratieve zaken bestaat, is het in het vorige lid bepaalde ook van toepassing in zaken gebracht voor de rechter, die in deze materie bevoegd is.
Afdeling IV
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 1959