Iedere Staat, die niet vertegenwoordigd is geweest op de Zevende Zitting van de Conferentie, kan tot dit Verdrag toetreden, tenzij een of meer Staten die het Verdrag hebben bekrachtigd, zich daartegen verzetten binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de mededeling van deze toetreding, gedaan door de Nederlandse Regering. De toetreding geschiedt op de wijze bedoeld in artikel 27, lid 2.
Het is welverstaan, dat de toetredingen slechts kunnen geschieden, na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 28, lid 1.
Afdeling VII
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 27 juni 1959