Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XIII

Artikel 42

Geschillen en klachten

Onderdeel van Internationale Koffieovereenkomst 2001· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 mei 2007

1. Geschillen betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst die niet via onderhandelingen zijn beslecht, worden op verzoek van een bij het geschil betrokken lid voor een beslissing aan de Raad voorgelegd. 2. Indien een geschil op grond van lid 1 aan de Raad is voorgelegd, kan een meerderheid van de leden, of leden die tenminste een derde van het totale aantal stemmen bezitten, na bespreking van de zaak de Raad verzoeken over de geschilpunten het advies in te winnen van het in lid 3 bedoelde adviserend panel alvorens een besluit te nemen. 3. Tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders overeenkomt, bestaat het adviserend panel uit: twee personen, van wie de ene ruime ervaring bezit op het gebied waarover het geschil handelt, en de andere groot aanzien geniet en ervaring bezit op juridisch gebied, en die benoemd worden door de exporterende leden; twee door de importerende leden aangewezen personen met de onder i) beschreven hoedanigheden; een voorzitter, met eenparigheid van stemmen gekozen door de overeenkomstig i) en ii) benoemde vier personen, of, indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken, door de voorzitter van de Raad. Uitsluitend personen uit landen waarvan de regeringen partij bij deze overeenkomst zijn, kunnen van het adviserend panel deel uitmaken. Personen die in het adviserend panel zijn benoemd, handelen in hun persoonlijke hoedanigheid en niet in opdracht van een regering. De uitgaven van het adviserend panel worden bekostigd door de Organisatie. 4. Het met redenen omklede advies van het adviserend panel wordt ter kennis gebracht van de Raad, die na alle terzake dienende gegevens te hebben bestudeerd het geschil beslecht. 5. De Raad beslist binnen zes maanden over elk geschil dat hem wordt voorgelegd. 6. Klachten omtrent het niet-nakomen door een lid van zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst worden op verzoek van het lid dat de klacht indient, verwezen naar de Raad, die terzake een besluit neemt. 7. Om vast te stellen dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, is een meervoudige gewone meerderheid van stemmen vereist. Indien wordt vastgesteld dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, wordt de aard van de overtreding nauwkeurig omschreven. 8. Indien de Raad vaststelt dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan hij, onverminderd andere dwangmaatregelen waarin andere artikelen van deze overeenkomst voorzien, met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen het stemrecht van dat lid in de Raad en zijn recht om zijn stemmen in de Bestuursraad te laten uitbrengen, opschorten tot het lid zijn verplichtingen is nagekomen, of kan de Raad overeenkomstig artikel 50 besluiten dat lid uit de Organisatie uit te sluiten. 9. Een lid kan met betrekking tot een geschil of klacht het advies van de Bestuursraad inwinnen, voordat de aangelegenheid door de Raad wordt besproken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel