Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 8

Voorrechten en immuniteiten

Onderdeel van Internationale Koffieovereenkomst 2001· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 mei 2007

1. De Organisatie heeft rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder heeft zij de bevoegdheid contracten te sluiten, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en rechtsvorderingen in te stellen. 2. Voor de status, de voorrechten en de immuniteiten van de organisatie, haar uitvoerend directeur, haar personeel en haar deskundigen, alsmede van de vertegenwoordigers van de leden wanneer zij zich op het grondgebied van het gastland bevinden voor het uitoefenen van hun functies, blijft de zetelovereenkomst gelden die op 28 mei 1969 door de regering van het gastland en de Organisatie werd gesloten. 3. De in lid 2 bedoelde zetelovereenkomst staat los van deze overeenkomst. Zij wordt in de volgende gevallen evenwel beëindigd: indien de regering van het gastland en de Organisatie zulks overeenkomen; indien de zetel van de Organisatie van het grondgebied van het gastland naar elders wordt overgebracht; indien de Organisatie ophoudt te bestaan. 4. De Organisatie kan met een of meer andere leden overeenkomsten aangaan betreffende de voorrechten en immuniteiten die voor de goede werking van de overeenkomst vereist kunnen zijn. Dergelijke overeenkomsten moeten door de Raad worden goedgekeurd. 5. De regeringen van de landen die lid zijn, behalve het gastland, kennen de Organisatie met betrekking tot valuta- of wisselkoersbeperkingen, het houden van bankrekeningen en het overmaken van gelden dezelfde faciliteiten toe als die welke aan de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel