Iedere Verdragsluitende Staat stelt, op het tijdstip van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op een later tijdstip, het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden in kennis van de aanwijzing van de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 16.
Deze Staat doet, zo nodig, eveneens mededeling van:
de verklaringen ingevolge de artikelen 5, 9, 16, 24, 25, 26 en 33;
de intrekking of de wijziging van de bovenbedoelde aanwijzingen en verklaringen;
de intrekking van een voorbehoud.
HOOFDSTUK V
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Verdrag inzake de toegang tot de rechter in internationale gevallen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1992