Geen zeeman-vluchteling zal, voorzover het in het vermogen van een Overeenkomstsluitende Partij ligt, worden gedwongen aan boord van een schip te blijven dat tot bestemming heeft een haven of zal varen door wateren waar hij op goede gronden kan vrezen te worden vervolgd wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging.
HOOFDSTUK III
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 27 december 1961