**1.** Elke Overeenkomstsluitende Partij kan zich, om dwingende redenen van nationale veiligheid of openbare orde, ontslagen beschouwen van de verplichtingen welke ingevolge deze Overeenkomst op haar rusten met betrekking tot een zeeman-vluchteling. De betrokken zeeman-vluchteling zal een naar de omstandigheden redelijke tijd worden gegund om aan de bevoegde autoriteit bewijs over te leggen om zich vrij te pleiten, tenzij er redelijke gronden bestaan de betrokken zeeman-vluchteling te beschouwen als een gevaar voor de veiligheid van het land waar hij zich bevindt.
**2.** Een beslissing op grond van lid 1 van dit artikel zal de betrokken Overeenkomstsluitende Partij echter niet ontheffen van haar verplichtingen ingevolge artikel 11 van deze Overeenkomst met betrekking tot een zeeman-vluchteling aan wie zij een reisdocument heeft verstrekt, tenzij het verzoek om toelating tot haar grondgebied haar door een andere Overeenkomstsluitende Partij wordt gedaan meer dan 120 dagen nadat dat reisdocument zijn geldigheid heeft verloren.
HOOFDSTUK III
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 27 december 1961