Elke Overeenkomstsluitende Partij zal een zeeman-vluchteling, die in het bezit is van een door een andere Overeenkomstsluitende Partij verstrekt reisdocument dat geldig is voor terugkeer naar het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij, op dezelfde wijze behandelen voor wat betreft toelating tot haar grondgebied ter uitvoering van een voorafgaande aanmonsteringsovereenkomst of voor walverlof, als zeelieden die onderdanen zijn van de Partij die het reisdocument verstrekte, of ten minste niet minder gunstig dan vreemde zeelieden in het algemeen.
HOOFDSTUK III
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 27 december 1961