Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake personencontrole op de luchthavens op Sint Maarten· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2007

1. De vreemdeling die niet of niet meer voldoet aan de in artikel 4 bedoelde voorwaarden van toegang dient het eiland in beginsel onverwijld te verlaten. 2. Indien het vrijwillig vertrek van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid niet plaatsvindt of indien een vermoeden bestaat dat dit vertrek niet zal plaatsvinden of indien het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling om reden van openbare orde of nationale veiligheid is geboden, dient de vreemdeling overeenkomstig de in de nationale wetgeving neergelegde voorwaarden van de Verdragsluitende Partij op wier gebiedsdeel aan de vreemdeling de toegang is geweigerd of op wier gebiedsdeel hij wordt aangetroffen, te worden verwijderd van het eiland. 3. De vreemdeling die is toegelaten overeenkomstig artikel 4, tweede lid, tot één gebiedsdeel en wordt aangetroffen op het gebiedsdeel van de andere Verdragsluitende Partij, wordt onverwijld van het eiland verwijderd. 4. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich van elke door haar uitgevoerde verwijdering als bedoeld in het tweede lid zodanig aantekening te houden dat daaruit de naam van de betrokken vreemdeling, de reden, de datum en de wijze van verwijdering, alsmede de naam van de betrokken vervoerder, de kosten en de wijze van betaling van die kosten, blijkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel