**1.** Elke Partij verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op 1 januari 2019 en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekend gebruik van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, uitgedrukt in CO2-equivalenten, niet meer bedraagt dan het voor het desbetreffende onder a tot en met e vermelde tijdvak vastgestelde percentage van het jaarlijks gemiddelde van haar berekend gebruik van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen voor de jaren 2011, 2012 en 2013, vermeerderd met 15 procent van haar berekend gebruik van de in groep I van Bijlage C genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, als vastgesteld in artikel 2F, eerste lid, uitgedrukt in CO2-equivalenten:
2019 tot en met 2023: 90 procent
2024 tot en met 2028: 60 procent
2029 tot en met 2033: 30 procent
2034 tot en met 2035: 20 procent
2036 en daarna: 15 procent.
**2.** Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel kunnen de Partijen besluiten dat een Partij verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op 1 januari 2020 en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekend gebruik van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, uitgedrukt in CO2-equivalenten, niet meer bedraagt dan het voor het desbetreffende onder a tot en met e vermelde tijdvak vastgestelde percentage van het jaarlijks gemiddelde van haar berekend gebruik van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen voor de jaren 2011, 2012 en 2013, vermeerderd met 25 procent van haar berekend gebruik van de in groep I van Bijlage C genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, als vastgesteld in artikel 2F, eerste lid, uitgedrukt in CO2-equivalenten:
2020 tot en met 2024: 95 procent
2025 tot en met 2028: 65 procent
2029 tot en met 2033: 30 procent
2034 tot en met 2035: 20 procent
2036 en daarna: 15 procent.
**3.** Elke Partij die de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen produceert, verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op 1 januari 2019 en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekende productie van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, uitgedrukt in CO2-equivalenten, niet meer bedraagt dan het voor het desbetreffende onder a tot en met e vermelde tijdvak vastgestelde percentage van het jaarlijks gemiddelde van haar berekende productie van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen voor de jaren 2011, 2012 en 2013, vermeerderd met 15-procent van haar berekende productie van de in groep I van Bijlage C genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, als vastgesteld in artikel 2F, tweede lid, uitgedrukt in CO2-equivalenten:
2019 tot en met 2023: 90 procent
2024 tot en met 2028: 60 procent
2029 tot en met 2033: 30 procent
2034 tot en met 2035: 20 procent
2036 en daarna: 15 procent.
**4.** Niettegenstaande het derde lid van dit artikel kunnen de Partijen besluiten dat een Partij die de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen produceert verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op 1 januari 2020 en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekende productie van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, uitgedrukt in CO2-equivalenten, niet meer bedraagt dan het voor het desbetreffende onder a tot en met e vermelde tijdvak vastgestelde percentage van het jaarlijks gemiddelde van haar berekende productie van de in Bijlage F genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen voor de jaren 2011, 2012 en 2013, vermeerderd met 25 procent van haar berekende productie van de in groep I van Bijlage C genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen, als vastgesteld in artikel 2F, tweede lid, uitgedrukt in CO2-equivalenten:
2020 tot en met 2024: 95 procent
2025 tot en met 2028: 65 procent
2029 tot en met 2033: 30 procent
2034 tot en met 2035: 20 procent
2036 en daarna: 15 procent.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid van dit artikel zijn van toepassing tenzij de Partijen besluiten het productie- of -gebruiksniveau toe te staan dat nodig is om te voorzien in behoeften voor vormen van gebruik waarvan Partijen zijn overeengekomen dat die vormen van gebruik uitgezonderd zijn.
**6.** Elke Partij die de in groep I van Bijlage C of in Bijlage F genoemde stoffen vervaardigt, verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op 1 januari 2020 en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar uitstoot van de in groep II van Bijlage F genoemde stoffen, die wordt gegenereerd in elke inrichting voor de vervaardiging van de in groep I van Bijlage C of in Bijlage F genoemde stoffen, gedurende hetzelfde tijdvak van twaalf maanden voor zover uitvoerbaar wordt vernietigd met behulp van door de Partijen goedgekeurde technologieën.
**7.** Elke Partij verzekert dat de vernietiging van in groep II van Bijlage F genoemde stoffen, die worden gegenereerd in inrichtingen voor de productie van groep I van Bijlage C of in Bijlage F genoemde stoffen, uitsluitend met behulp van door de Partijen goedgekeurde technologieën geschiedt.
Artikel 2J
: Fluorkoolwaterstoffen
Onderdeel van Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019