Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden onder de woorden "coproduktie van films en videofilms" projecten verstaan, ongeacht hun lengte of formaat en met inbegrip van animatiefilms en documentaires, die worden geproduceerd op film, op videoband dan wel op videoplaat, voor verspreiding in bioscopen, op televisie, videocassette, of videoplaat, dan wel door middel van enige andere vorm van verspreiding.
Coprodukties ondernomen op grond van deze Overeenkomst moeten worden goedgekeurd door de volgende bevoegde autoriteiten:
in Canada: de minister van Communicatie;
in Nederland: de Stichting Fonds voor de Nederlandse film en het Coproductiefonds Binnenlandse Omroep (COBO).
Deze coprodukties worden in en door elk van de twee landen beschouwd als nationale produkties. Met inachtneming van de nationale wetten en regelingen van kracht in Canada en Nederland, kunnen coprodukties volledig aanspraak maken op gelden en voorzieningen die beschikbaar zijn voor de film- en videoindustrie of van de gelden en voorzieningen die in elk land zullen worden toegekend.
Deze gelden en voorzieningen komen uitsluitend toe aan de coproducent van het land dat deze ter beschikking stelt.
De bevoegde autoriteiten van beide landen hebben het recht om te bepalen wie coproducent in zijn eigen land is.
Afdeling I
Artikel I
Artikel I
Onderdeel van Overeenkomst inzake betrekkingen op het gebied van film en videofilm tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 21 november 1994