Naar hoofdinhoud
1. In de zin van deze overeenkomst wordt verstaan onder: vreemdeling: een ieder die geen onderdaan van een Lid-Staat is; asielverzoek: verzoek waarmee een vreemdeling bij een Lid-Staat de bescherming vraagt uit hoofde van het Verdrag van Genève met een beroep op de status van vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York; asielzoeker: een vreemdeling die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen definitief besluit is genomen; behandeling van een asielverzoek: alle maatregelen in verband met de behandeling van en beslissingen of uitspraken van de bevoegde instanties over een asielverzoek, met uitzondering van de procedures waarbij wordt bepaald welke Lid-Staat krachtens de bepalingen van deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek; verblijfstitel: een door de autoriteiten van een Lid-Staat afgegeven vergunning waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan op het grondgebied van die Lid-Staat te verblijven, met uitzondering van visa en van verblijfsvergunningen die worden afgegeven voor de duur van het onderzoek van een aanvraag voor een verblijfstitel of een asielverzoek; inreisvisum: vergunning of beslissing van een Lid-Staat waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan het grondgebied van die Lid-Staat binnen te komen mits aan de andere inreisvoorwaarden is voldaan; transitvisum: vergunning of beslissing van een Lid-Staat waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan over het grondgebied van die Lid-Staat te reizen of zich in de transitzone van een haven of luchthaven op te houden, mits aan de andere doorreisvoorwaarden is voldaan. 2. De aard van het visum wordt beoordeeld aan de hand van de begripsbepalingen van lid 1, sub f) en g).

Rechtspraak bij dit artikel