Naar hoofdinhoud
1. Er wordt een Comité ingesteld dat bestaat uit één vertegenwoordiger van de Regering van elke Lid-Staat. Het Voorzitterschap van dit Comité wordt waargenomen door de Lid-Staat die het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen uitoefent. De Commissie van de Europese Gemeenschappen kan deelnemen aan de besprekingen in het Comité en in de werkgroepen als bedoeld in lid 4. 2. Het Comité heeft tot taak op verzoek van een of meer Lid-Staten elke aangelegenheid van algemene aard betreffende de toepassing en de interpretatie van deze overeenkomst te bespreken. Het Comité stelt de maatregelen vast die bedoeld zijn in artikel 11, lid 6, alsmede in artikel 13, lid 2, en verleent de in artikel 17, lid 2, bedoelde machtiging. Het Comité neemt krachtens de artikelen 16 en 17 de herzieningen of de wijzigingen van deze overeenkomst aan. 3. De besluiten van het Comité worden bij eenparigheid van stemmen genomen, tenzij het Comité krachtens artikel 17, lid 2, een besluit neemt. In laatstgenoemd geval neemt het Comité zijn besluiten met een meerderheid van twee derde van de stemmen van zijn leden. 4. Het Comité stelt zijn reglement vast en mag werkgroepen instellen. Het secretariaat van het Comité en van de werkgroepen wordt waargenomen door het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel