Naar hoofdinhoud
1. Wanneer de asielzoeker houder is van een geldige verblijfstitel, is de Lid-Staat die deze titel heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. 2. Wanneer de asielzoeker houder is van een geldig visum, is de Lid-Staat die dat visum heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek, behalve in de volgende gevallen: indien dat visum is afgegeven op grond van een schriftelijke machtiging van een andere Lid-Staat, is deze laatste verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. Wanneer een Lid-Staat, onder andere om redenen van veiligheid, vooraf de centrale autoriteiten van een andere Lid-Staat raadpleegt, vormt de instemming van deze laatste Lid-Staat geen schriftelijke machtiging in de zin van deze bepaling; indien de asielzoeker houder is van een transitvisum en zijn asielverzoek indient in een andere Lid-Staat waar hij niet visumplichtig is, is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek; indien de asielzoeker houder is van een transitvisum en zijn asielverzoek indient in de Lid-Staat die hem dat visum heeft verstrekt en deze van de diplomatieke of consulaire autoriteiten van de Lid-Staat van bestemming de schriftelijke bevestiging heeft gekregen dat de vreemdeling die niet visumplichtig is voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot die Staat, is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek. 3. Wanneer de asielzoeker houder is van verscheidene geldige verblijfstitels of visa die door verschillende Lid-Staten zijn afgegeven, is de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek: de Staat die de verblijfstitel met het langste verblijfsrecht heeft afgegeven of, indien deze verblijfstitels dezelfde geldigheidsduur hebben, de Staat die de verblijfstitel heeft afgegeven waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt; de Staat die het visum heeft verstrekt waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt, wanneer de visa van dezelfde aard zijn; wanneer de visa van verschillende aard zijn, de Staat die het visum met de langste geldigheidsduur heeft verstrekt of, indien de visa dezelfde geldigheidsduur hebben, de Staat die het visum heeft afgegeven waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de asielzoeker houder is van een of meer transitvisa die zijn afgegeven op vertoon van een inreisvisum voor een andere Lid-Staat. In dat geval is deze Lid-Staat verantwoordelijk. 4. Wanneer de asielzoeker slechts houder is van één of meer verblijfstitels die minder dan twee jaar zijn verlopen of van één of meer visa die minder dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, zijn leden 1, 2 en 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing zolang de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten. Wanneer de asielzoeker houder is van een of meer verblijfstitels die meer dan twee jaar zijn verlopen of van een of meer visa die meer dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, en de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten, is de Lid-Staat waar het asielverzoek is ingediend verantwoordelijk.

Rechtspraak bij dit artikel