**1.** Een Lid-Staat kan op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van deze Overeenkomst verklaren dat hij in een of meer van de volgende gevallen niet door artikel 1 is gebonden:
indien de feiten op grond waarvan in het buitenland vonnis werd gewezen zich geheel of gedeeltelijk op zijn eigen grondgebied hebben afgespeeld. In het laatste geval is deze uitzondering echter niet van toepassing indien de feiten zich gedeeltelijk hebben afgespeeld op het grondgebied van de Lid-Staat waarin het vonnis werd gewezen;
indien de feiten op grond waarvan in het buitenland vonnis werd gewezen een inbreuk vormen op de veiligheid of andere even wezenlijke belangen van deze Lid-Staat;
indien de feiten op grond waarvan in het buitenland vonnis werd gewezen zijn begaan door een ambtenaar van deze Lid-Staat in strijd met zijn ambtsplichten.
**2.** Een Lid-Staat die een dergelijke verklaring aflegt met betrekking tot de in lid 1 b) genoemde uitzondering, dient de soorten van inbreuken aan te geven waarop die uitzondering van toepassing kan zijn.
**3.** Een Lid-Staat kan te allen tijde een dergelijke verklaring met betrekking tot een of meer van de in lid 1 genoemde uitzonderingen intrekken. De intrekking wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van België en wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgende op de datum van dergelijke kennisgeving.
**4.** Uitzonderingen ten aanzien waarvan een verklaring uit hoofde van lid 1 is afgelegd, zijn niet van toepassing wanneer de betrokken Lid-Staat ter zake van dezelfde feiten de andere Lid-Staat om vervolging heeft verzocht of heeft ingestemd met de uitlevering van de betrokken persoon.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel ne bis in idem· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 6 april 1994