Naar hoofdinhoud
1. De bemanningsleden van de schepen van beide Partijen en de op de schepen reizende passagiers hebben voor de overschrijding van de staatsgrenzen een geldig reisdocument nodig, alsmede tevens een verblijfstitel, voor zover deze is vereist. 2. Op passagiers- en goederenschepen kunnen samen met de bemanningsleden ook hun echtgenoten en hun ongehuwde minderjarige kinderen reizen, indien zij in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten. Kinderen die de leeftijd van vijftien jaar nog niet hebben bereikt kunnen ook worden bijgeschreven in reisdocumenten van een van hun ouders. 3. De bemanningsleden van de schepen van beide Partijen en de in het tweede lid genoemde personen moeten worden ingeschreven in een lijst van opvarenden. 4. Partijen wisselen modellen uit van de in het eerste lid bedoelde documenten.

Rechtspraak bij dit artikel