Naar hoofdinhoud
Beide Partijen zullen de schepen van de ene en van de andere Partij bij de uitoefening van de hun overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 7 verleende vervoersrechten gelijk behandelen; dit geldt in het bijzonder: bij de heffing van scheepvaart- en havenrechten; bij het gebruik van sluizen, haveninrichtingen, ligplaatsen en andere inrichtingen voor de scheepvaart; bij het afhandelen van de formaliteiten door de bevoegde autoriteiten; bij het voorzien van brandstoffen en smeermiddelen.

Rechtspraak bij dit artikel