Naar hoofdinhoud
1. De bijstand wordt verleend door het zenden naar de plaats van de ramp respectievelijk van het zware ongeval dan wel naar elke andere daartoe door de bevoegde organen aangewezen plaats, van bijstandseenheden die zijn opgeleid en uitgerust voor het bestrijden van rampen of het verlenen van hulp bij zware ongevallen, of door het zenden van luchtvaartuigen en, indien vereist, op elke andere passende wijze. 2. De bijstandseenheden kunnen over land, door de lucht of over water worden gezonden.

Rechtspraak bij dit artikel