**1.** Alle verzoeken om informatie of bijstand ingevolge deze Overeenkomst dienen te worden ingediend en uitgevoerd via een Bevoegde Autoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij. De Bevoegde Autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen treden ten behoeve van de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst rechtstreeks met elkaar in verbinding.
Niettegenstaande deze beginselen:
kan elke Bevoegde Autoriteit vanuit haar eigen grondgebied in verbinding treden met personen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij die er vrijwillig mee instemmen de verzochte informatie of documenten te verstrekken; en
kunnen verzoeken van een Bevoegde Autoriteit om informatie uit openbare bronnen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, langs informele weg worden gedaan, zonder in acht neming van de voorwaarden van deze Overeenkomst.
**2.** De bepalingen van deze Overeenkomst zullen niemand anders dan de Bevoegde Autoriteiten direct of indirect het recht geven enige informatie in te winnen, achter te houden of uit te sluiten of de uitvoering van een verzoek om bijstand ingevolge deze Overeenkomst te betwisten, zulks onverminderd de grondwet van de Overeenkomstsluitende Partijen.
**3.** De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat kan weigeren te voldoen aan een verzoek om bijstand, op grond van het feit dat:
het inwilligen van een dergelijk verzoek de veiligheid of andere wezenlijke openbare belangen van de Aangezochte Staat in gevaar zou brengen; of
het inwilligen van een dergelijk verzoek een in de Aangezochte Staat reeds lopend onderzoek zou doorkruisen.
Artikel 3
Algemene beginselen
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake wederzijdse administratieve bijstand bij het uitwisselen van informatie op effectengebied· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1992