Naar hoofdinhoud
1. De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient het verzoek om bijstand binnen een redelijke termijn te behandelen. 2. Verzoeken dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de wetten en procedures van de Aangezochte Staat. 3. De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient de door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat verzochte informatie in te winnen. De informatie dient te worden ingewonnen in overeenstemming met het bepaalde in het tweede lid en, voor zover redelijkerwijze mogelijk, in de vorm en rekening houdend met de procedures die door die Autoriteit worden gewenst, met inbegrip van het afnemen van verklaringen van personen. 4. De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient desgevraagd, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is, de boeken en bescheiden van een onderneming die werkzaam is op het gebied van het effectenverkeer of haar beheerder of agent te onderzoeken. 5. Ten tijde van de uitvoering van het verzoek kan de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat toestemming geven voor de aanwezigheid van door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat aangewezen personen. Deze aangewezen personen wordt toegestaan vragen te formuleren, die worden gesteld bij de uitvoering van het verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel