De douaneautoriteiten van elk van de Staten kunnen, in overeenstemming met de doeleinden en binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst, zowel in hun processen-verbaal, rapporten en getuigenissen als bij procedures en vervolgingen in rechte de volgens de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen inlichtingen en documenten als bewijsmiddel aanvoeren. De bewijskracht van die inlichtingen en documenten, alsmede het gebruik ervan in rechte, worden door het nationale recht beheerst.
Paragraaf
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 18 april 1984