Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 18 april 1984

De douaneautoriteiten van elke Staat doen uit eigen beweging of op verzoek al het mogelijke, om binnen het gebied waarvoor zij de verantwoordelijkheid dragen, bijzonder toezicht te houden: op de bewegingen, inzonderheid op het betreden en verlaten van hun grondgebied, van personen die ervan worden verdacht beroepshalve of geregeld strafbare feiten te begaan op het gebied van de douanewetten van de andere Staat; op bijzondere plaatsen waar abnormale goederenvoorraden zijn aangelegd waardoor er aanleiding bestaat aan te nemen dat het in de bedoeling ligt deze te gebruiken voor een verkeer dat in strijd is met de douane wetten van de andere Staat; op verplaatsingen van goederen die volgens de inlichtingen van de andere Staat het voorwerp uitmaken van een omvangrijke invoer in deze Staat die in strijd is met zijn douanewetten; op voertuigen, schepen, luchtvaartuigen of andere vervoermiddelen waarvan vermoed wordt dat ze worden gebruikt voor het begaan van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten van de andere Staat.

Rechtspraak bij dit artikel