Partijen verplichten zich, onverminderd het voor hen dan geldende nationale recht, te bevorderen, dat bepalingen in hun reglementen worden opgenomen waardoor de eigenaren en gebruikers van aan de in artikel 1 en artikel 2 genoemde watergangen gelegen gronden worden verplicht:
onderhoudswerkzaamheden - ook met machines - toe te laten;
het tijdelijk opslaan van ruimsel, zowel als onderhoudsmachines en -materiaal op hun gronden toe te laten;
het betreden van hun gronden toe te staan aan toezichthoudende personen, aan schouwcommissies en aan degenen die het onderhoud uitvoeren;
hun gronden, voor zover deze voor beweiding worden gebruikt, af te rasteren op een afstand van minstens 1 m uit de kant van de watergang om deze te beschermen tegen het betreden door het vee; voor zover deze als bouwland worden gebruikt, tot een afstand van minstens 1 m uit de kant van de watergang niet te ploegen; voor zover deze grenzen aan onderhoudsstroken, die in eigendom zijn van partijen, af te rasteren op een afstand van minstens 0,30 m van de eigendomsgrens;
geen veedrinkplaatsen aan de watergang in te richten of te gebruiken;
te verhinderen dat ruimsel wegdrijft uit de sloten die uitmonden in de in artikel 1 en artikel 2 genoemde watergangen.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst inzake het onderhoud van de in het grensgebied liggende watergang, achtereenvolgens genaamd Bimmensche Wetering, Zeeländische Wässerung en Hauptwässerung· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1992