Naar hoofdinhoud
Partijen verplichten zich, onverminderd het voor hen dan geldende nationale recht, te bevorderen, dat bepalingen in hun reglementen worden opgenomen waardoor de eigenaren en gebruikers van aan de in artikel 1 en artikel 2 genoemde watergangen gelegen gronden worden verplicht: onderhoudswerkzaamheden - ook met machines - toe te laten; het tijdelijk opslaan van ruimsel, zowel als onderhoudsmachines en -materiaal op hun gronden toe te laten; het betreden van hun gronden toe te staan aan toezichthoudende personen, aan schouwcommissies en aan degenen die het onderhoud uitvoeren; hun gronden, voor zover deze voor beweiding worden gebruikt, af te rasteren op een afstand van minstens 1 m uit de kant van de watergang om deze te beschermen tegen het betreden door het vee; voor zover deze als bouwland worden gebruikt, tot een afstand van minstens 1 m uit de kant van de watergang niet te ploegen; voor zover deze grenzen aan onderhoudsstroken, die in eigendom zijn van partijen, af te rasteren op een afstand van minstens 0,30 m van de eigendomsgrens; geen veedrinkplaatsen aan de watergang in te richten of te gebruiken; te verhinderen dat ruimsel wegdrijft uit de sloten die uitmonden in de in artikel 1 en artikel 2 genoemde watergangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel