Naar hoofdinhoud
1. Handelingen die op grond van deze Overeenkomst zijn verboden, worden evenmin gepleegd door schepen en luchtvaartuigen van een Partij jegens niet-militaire schepen die de vlag van de andere Partij voeren. 2. De Partijen nemen maatregelen om die niet-militaire schepen op de hoogte te stellen van de bepalingen van deze Overeenkomst die zijn gericht op het verzekeren van de wederzijdse veiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel