Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, met voorafgaande toestemming van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij, en met inachtneming van de aldaar geldende nationale wetten en voorschriften, een cultureel instituut oprichten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De aanvullende regelingen die nodig mochten zijn voor de uitvoering van de voorgaande bepaling worden in een aanvullend protocol bij deze Overeenkomst vastgelegd.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1986