Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 2

Gebezigde uitdrukkingen

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties· Internationaal publiekrecht

1. Voor de toepassing van dit Verdrag betekent: „verdrag”: een internationale overeenkomst, beheerst door het volkenrecht en in geschrifte gesloten: tussen één of meer Staten en één of meer internationale organisaties; of tussen internationale organisaties, hetzij nedergelegd in een enkele akte, hetzij in twee of meer samenhangende akten, en ongeacht haar bijzondere benaming; „bekrachtiging”: de internationale handeling van die naam, waarmee een Staat op internationaal niveau zijn instemming door een Verdrag gebonden te worden vastlegt; „handeling van formele bevestiging”: een internationale handeling corresponderend met die van bekrachtiging door een Staat, waarmee een internationale organisatie op internationaal niveau haar instemming door een Verdrag gebonden te worden vastlegt; „aanvaarding”, „goedkeuring” en „toetreding”: al naar gelang het geval, de internationale handeling van die naam, waarmee een Staat of een internationale organisatie op internationaal niveau zijn of haar instemming door een Verdrag gebonden te worden vastlegt; „volmacht”: een van de bevoegde autoriteit van een Staat of van de bevoegde instantie van een internationale organisatie uitgaand document waarbij een of meer personen worden aangewezen om de Staat of de organisatie te vertegenwoordigen bij de onderhandelingen over, de aanneming of de authentificatie van een verdragstekst, om de instemming van de Staat of de organisatie door een Verdrag gebonden te worden tot uitdrukking te brengen, of om elke andere handeling te verrichten met betrekking tot een verdrag; „voorbehoud”: een eenzijdige verklaring, ongeacht haar bewoording of haar benaming, afgelegd door een Staat of een internationale organisatie, wanneer deze een verdrag ondertekent, bekrachtigt, formeel bevestigt, aanvaardt of goedkeurt of daartoe toetreedt, waarmee deze Staat of internationale organisatie te kennen geeft het rechtsgevolg van zekere bepalingen van het verdrag in hun toepassing met betrekking tot deze Staat of organisatie uit te sluiten of te wijzigen; „Staat die heeft deelgenomen aan de onderhandelingen” of „organisatie die heeft deelgenomen aan de onderhandelingen”: onderscheidenlijk: een Staat, of een internationale organisatie, die heeft deelgenomen aan de voorbereiding en de aanneming van de verdragstekst; „verdragsluitende Staat” en „verdragsluitende organisatie”: onderscheidenlijk: een Staat, of een internationale organisatie, die heeft ingestemd door het verdrag gebonden te worden, of het verdrag nu in werking is getreden of niet; „partij”: een Staat of een internationale organisatie die heeft estemd door het verdrag gebonden te worden en voor welke het verdrag in werking is getreden; „derde Staat” en „derde organisatie”: onderscheidenlijk: een Staat of een internationale organisatie, die geen partij is bij het verdrag; „internationale organisatie”: een intergouvernementele organie; „regels van de organisatie”: in het bijzonder de oprichtingsakten van de organisatie, de in overeenstemming daarmee aangenomen besluiten en resoluties en de gevestigde praktijk van de organisatie. 2. De bepalingen van het eerste lid aangaande de in dit Verdrag gebezigde uitdrukkingen laten onverlet het gebruik van deze termen of de betekenis die er in het nationale recht van een Staat of in de regels van een internationale organisatie aan kan worden gehecht.

Rechtspraak bij dit artikel