**1.** Een door een verdrag uitdrukkelijk toegestaan voorbehoud behoeft niet nadien door de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties, of, al naar gelang het geval, de verdragsluitende organisaties te worden aanvaard, tenzij het verdrag dat voorschrijft.
**2.** Wanneer uit het beperkte aantal Staten en organisaties of, al naar gelang het geval, organisaties dat aan de onderhandelingen heeft deelgenomen en uit het voorwerp en doel van het verdrag blijkt, dat de toepassing van het verdrag in zijn geheel tussen alle partijen een wezenlijke voorwaarde is voor de instemming van elk hunner door het verdrag gebonden te worden, dient een voorbehoud door alle partijen te worden aanvaard.
**3.** Wanneer een verdrag een oprichtingsakte van een internationale organisatie is en tenzij het anders bepaalt, dient een voorbehoud door het bevoegde orgaan van deze organisatie te worden aanvaard.
**4.** In andere gevallen dan die waarin de voorgaande leden voorzien en tenzij het verdrag anders bepaalt:
maakt de aanvaarding van een voorbehoud door een verdragsluitende Staat of verdragsluitende organisatie de Staat of de internationale organisatie die het voorbehoud heeft gemaakt partij bij het verdrag met betrekking tot de aanvaardende Staat of organisatie, indien het verdrag in werking is of wanneer het in werking treedt voor de Staat of de organisatie die het voorbehoud heeft gemaakt en voor de aanvaardende Staat of organisatie.
verhindert het bezwaar van een verdragsluitende Staat of organisatie tegen een voorbehoud niet de inwerkingtreding van het verdrag tussen de Staat of internationale organisatie die het bezwaar heeft aangetekend en de Staat of internationale organisatie die het voorbehoud heeft gemaakt, tenzij de tegengestelde bedoeling duidelijk is uitgedrukt door de Staat of organisatie die het bezwaar heeft aangetekend;
wordt een akte, waarin de instemming van een Staat of een internationale organisatie door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking wordt gebracht en die een voorbehoud bevat, van kracht zodra ten minste één verdragsluitende Staat of één verdragsluitende organisatie het voorbehoud heeft aanvaard.
**5.** Voor de toepassing van het tweede en vierde lid en tenzij het verdrag anders bepaalt, wordt een voorbehoud geacht te zijn aanvaard door een Staat of een internationale organisatie, indien deze geen bezwaar heeft gemaakt tegen het voorbehoud binnen twaalf maanden na de datum waarop deze de kennisgeving daarvan ontvangen heeft, of op de dag, waarop deze zijn of haar instemming door het verdrag gebonden te worden tot uitdrukking heeft gebracht indien deze dag op een latere datum valt.
DEEL II › AFDELING 2
Artikel 20
Aanvaarding van en bezwaar tegen voorbehouden
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties· Internationaal publiekrecht