**1.** Voor een derde Staat ontstaat ten gevolge van een bepaling van een verdrag een recht, indien de partijen bij het verdrag door deze bepaling dit recht willen verlenen aan de derde Staat of aan een groep Staten waartoe hij behoort, of aan alle Staten, en indien de derde Staat daarmede instemt. De instemming wordt geacht te zijn gegeven zolang er geen aanwijzing van het tegendeel bestaat, tenzij het verdrag anders bepaalt.
**2.** Voor een derde organisatie ontstaat ten gevolge van een bepaling van een verdrag een recht, indien de partijen bij het verdrag door deze bepaling dat recht willen verlenen aan de derde organisatie of aan een groep internationale organisaties waartoe zij behoort, of aan alle organisaties, en indien de derde organisatie daarmede instemt. Haar instemming wordt beheerst door de regels van de organisatie.
**3.** Een Staat of een internationale organisatie die van een recht, overeenkomstig het eerste of tweede lid, gebruik maakt, is voor de uitoefening van dat recht gehouden, de voorwaarden, voorzien in het verdrag of overeenkomstig zijn bepalingen vastgesteld, te eerbiedigen.
DEEL III › AFDELING 4
Artikel 36
Verdragen die voorzien in rechten voor derde Staten of derde organisaties
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties· Internationaal publiekrecht