**1.** Het feit dat de instemming van een Staat door een verdrag gebonden te worden, is gegeven in strijd met een bepaling van zijn nationale recht betreffende de bevoegdheid tot het sluiten van verdragen, mag door die Staat niet worden aangevoerd ter ongeldigverklaring van die instemming, tenzij die strijdigheid onmiskenbaar was en een regel van fundamenteel belang van het nationale recht van die Staat betrof.
**2.** Het feit dat de instemming van een internationale organisatie door een verdrag gebonden te worden, is gegeven in strijd met de regels van de organisatie betreffende de bevoegdheid tot het sluiten van verdragen, mag door die organisatie niet worden aangevoerd ter ongeldigverklaring van die instemming, tenzij die strijdigheid onmiskenbaar was en een regel van fundamenteel belang betrof.
**3.** Een strijdigheid is onmiskenbaar indien zij bij objectieve beschouwing duidelijk is voor iedere Staat of iedere internationale organisatie die zich ten dezen overeenkomstig het gangbaar gebruik van Staten en, al naar gelang het geval, van internationale organisaties, en te goeder trouw gedraagt.
DEEL V › AFDELING 2
Artikel 46
Bepalingen van het nationale recht van een Staat en van de regels van een internationale organisatie met betrekking tot de bevoegdheid tot het sluiten van verdragen
Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties· Internationaal publiekrecht