Naar hoofdinhoud

DEEL V › AFDELING 3

Artikel 61

Intreden van een situatie die de uitvoering onmogelijk maakt

Onderdeel van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties· Internationaal publiekrecht

1. Een partij mag de onmogelijkheid tot uitvoering van een verdrag als grond aanvoeren om het te beëindigen of zich daaruit terug te trekken indien deze onmogelijkheid een gevolg is van de definitieve verdwijning of vernietiging van een voorwerp, onmisbaar voor de uitvoering van het verdrag. Indien de onmogelijkheid tijdelijk is, kan zij slechts worden aangevoerd als grond voor opschorting van de werking van het verdrag. 2. Een partij mag niet de onmogelijkheid van de uitvoering aanvoeren als grond voor de beëindiging van het verdrag, voor de terugtrekking daaruit of voor het opschorten van de werking ervan, als deze onmogelijkheid het gevolg is van een schending door die partij hetzij van een verplichting voortvloeiend uit het verdrag, hetzij van iedere andere internationale verplichting met betrekking tot iedere andere partij bij het verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel