Een dergelijk vervoermiddel dient te zijn uitgerust met: een scherm of een scheidingswand, welke gemonteerd dient te zijn vóór de laadruimte, of een gelijkwaardige oplossing, welke wordt toegepast om de meest bevredigende circulatie van lucht te verzekeren ter voorkoming van elke kortsluiting tussen de uitgeblazen en de ingenomen lucht;
voor vervoermiddelen waarvan de binnenmaatse lengte meer is dan 8 meter en waarvoor de luchtgeleiding is voorzien op het plafond, wordt de lucht in de volgende proporties verdeeld:
(20 + /-5)% aan de voorkant,
(50 + /-10)% op 1/3,
(30 + /-5)% op 3/4 van de binnenmaatse lengte van de laadruimte.
Deze verspreiding van lucht kan worden teweeggebracht door luchtverspreidingskanalen aan het plafond of door elk ander gelijkwaardig systeem;
de installatie voor koudeproductie dient een permanente ventilatie te hebben, die een luchtcirculatie-waarde verzekert van tenminste 40 maal het volume van de ledige laadruimte per uur bij de voorgeschreven temperatuur en tenminste 60 maal op maximum vermogen;
de installatie voor koudeproductie dient een nuttig koelvermogen te hebben bij -25/ + 30°C, dat niet lager is dan 1,45 maal de thermische balans van de laadruimte, overeenkomend met voornoemde temperaturen, om een exploitatie van tenminste 6 jaar te verzekeren.
Titel
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst inzake de regels voor het vervoer van bevroren en diepgevroren producten met vervoermiddelen met dunne zijwanden naar Italië en afkomstig uit Italië· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 18 november 1988