Naar hoofdinhoud
1. Het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de Overeenkomst geschiedt overeenkomstig het in de volgende leden bepaalde. 2. De bevoegde organen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Overeenkomst bevorderen dat een burgemeester in wiens gemeente een ramp- of ongevalsgebeurtenis plaatsvindt die een weerslag heeft of kan hebben op het grondgebied van het andere land, onmiddellijk nadat deze gebeurtenis hem ter kennis is gekomen al dan niet op verzoek alle relevante informatie verstrekt aan: de burgemeester of burgemeesters van de in het andere land gelegen aangrenzende gemeente of gemeenten, indien de betrokken gemeente grenst aan Nederland onderscheidenlijk België; de gouverneur onderscheidenlijk de commissaris van de Koningin van de eigen provincie. 3. De gouverneur onderscheidenlijk de commissaris van de Koningin van de provincie waarin een ramp- of ongevalsgebeurtenis plaatsvindt die een weerslag heeft of kan hebben op het grondgebied van het andere land, verstrekt onmiddellijk nadat deze gebeurtenis hem ter kennis is gekomen al dan niet op verzoek alle relevante informatie aan: de commissaris van de Koningin, onderscheidenlijk de gouverneur van de aangrenzende provincie, indien de betrokken provincie grenst aan Nederland onderscheidenlijk België; de Minister van Binnenlandse Zaken van het eigen land. 4. De Minister van Binnenlandse Zaken van het land waarin een ramp- of ongevalsgebeurtenis plaatsvindt die een weerslag heeft of kan hebben op het grondgebied van het andere land, verstrekt onmiddellijk nadat deze gebeurtenis hem ter kennis is gekomen al dan niet op verzoek alle relevante informatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken van het andere land.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel