Naar hoofdinhoud
1. Indien de commandant van een bijstandseenheid van oordeel is dat hij in redelijkheid niet of niet meer kan voldoen aan een instructie van de op de plaats van de ramp voor de bestrijding verantwoordelijke autoriteit, of indien de commandant van oordeel is dat uitvoering van een instructie niet van hem kan worden gevergd, voert hij onverwijld overleg met die autoriteit. 2. Indien het overleg, bedoeld in het eerste lid, niet tot overeenstemming leidt, wendt hij zich onverwijld tot het bevoegd orgaan dat met de uitvoering van het verzoek om bijstand is belast. 3. Het bevoegd orgaan, bedoeld in het tweede lid, overlegt in dat geval met het bevoegd orgaan dat het verzoek om bijstand heeft gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel