De Staten die partij zijn, erkennen het recht van een kind dat door de bevoegde autoriteiten uit huis is geplaatst ter verzorging, bescherming of behandeling in verband met zijn of haar lichamelijke of geestelijke gezondheid, op een periodieke evaluatie van de behandeling die het kind krijgt en van alle andere omstandigheden die verband houden met zijn of haar plaatsing.
DEEL I
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Verdrag inzake de rechten van het kind· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 8 maart 1995