Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt een investeringsgeschil omschreven als een geschil betreffende: de uitlegging of toepassing van een door de instantie voor buitenlandse investeringen van een Overeenkomstsluitende Partij aan een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende investeringsmachtiging; of een inbreuk op een ingevolge deze Overeenkomst met betrekking tot een investering verleend of in het leven geroepen recht. 2. Indien zich een investeringsgeschil voordoet tussen een Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij, trachten de partijen bij het geschil dit eerst te regelen door middel van overleg en onderhandelingen in goed vertrouwen. Indien dit overleg of deze onderhandelingen niet slagen, kan het geschil worden beslecht door middel van niet-bindende procedures via derden waarover de investeerder en de Overeenkomstsluitende Partij onderling overeenstemming hebben bereikt. Indien het geschil niet door middel van de hierboven bedoelde procedures kan worden geregeld, kan de betrokken investeerder, te eniger tijd na een periode van één jaar vanaf de datum waarop het geschil is ontstaan, besluiten het geschil voor te leggen aan het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (hierna te noemen „het Centrum”) voor beslechting door middel van arbitrage mits, in het geval dat de betrokken investeerder het geschil heeft voorgelegd aan de rechter van de Overeenkomstsluitende Partij die partij is bij het geschil, er nog geen definitieve uitspraak is gedaan. 3. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt hierbij in met de voorlegging van een investeringsgeschil aan het Centrum voor beslechting door middel van arbitrage. De arbitrage ten aanzien van zulke geschillen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten en de procedureregels voor arbitrage van het Centrum. 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt elke rechtspersoon, opgericht of ingesteld krachtens de van toepassing zijnde wetten en voorschriften van een der Overeenkomstsluitende Partijen, maar die onmiddellijk voordat de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding gaven tot het geschil zich voordeden, een investering vormde van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig artikel 25 (2) (b) van het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten behandeld als investeerder van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel