**1.** De Belgische Regering verplicht zich ertoe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 13, dat op een rekening van het Nederlandse Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Belgische aandeel in de aan de Nederlandse Minister door derden ter betaling aangeboden declaraties, verhoogd met de daarbij behorende kosten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, zal zijn bijgeschreven, op het in het tweede lid bedoelde voorgenomen tijdstip van betaling. Over het desbetreffend bedrag wordt door de Belgische Regering rente betaald volgens de wettelijke rente naar Nederlands recht vanaf het voorgenomen tijdstip van betaling van de aangeboden declaraties, verlengd naar rato van de overschrijding van de termijn van vijf werkdagen vermeld in het tweede lid.
**2.** De genoemde Nederlandse Minister zal, binnen de vijf werkdagen, na ontvangst van de hem door derden ter betaling aangeboden declaraties, deze, vergezeld van de nodige verantwoordingsstukken, met vermelding van het Belgisch aandeel daarin en de daarbij behorende kosten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, alsmede van het voorgenomen tijdstip van betaling, aan de genoemde Belgische Minister doen toekomen. Het voorgenomen tijdstip van betaling kan niet worden vastgesteld op een datum die valt binnen de vijf weken na de ontvangst door de Nederlandse Minister van de declaratie.
Titel V
Artikel 11
Artikel 11
Deze tekst geldt sinds 1 november 1988