Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Veiligheid van de burgerluchtvaart

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Guinee inzake luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 15 juni 1992

1. De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar, op verzoek, iedere nodige hulp ter voorkoming van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en van alle andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen, hun passagiers en/of bemanningen, de luchthavens en de luchtvaartvoorzieningen, alsmede iedere bedreiging van de veiligheid van de burgerluchtvaart. 2. De Overeenkomstsluitende Partijen bevestigen opnieuw hun verplichtingen die voortvloeien uit de Overeenkomst inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970 alsmede het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsmede iedere andere multilaterale overeenkomst betreffende de veiligheid van de luchtvaart voor zover de Overeenkomstsluitende Partijen door bovenbedoelde verdragen en overeenkomsten zijn gebonden. 3. Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen, of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen, hun passagiers en/of bemanningen, luchthavens of luchtvaartvoorzieningen, of dreigt zich voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen en de toepassing van andere passende maatregelen bedoeld om op snelle en veilige wijze aan het voorval, of de dreiging daarvan, een einde te maken, te vergemakkelijken.

Rechtspraak bij dit artikel