Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Geldigheid van de bewijzen van luchtwaardigheid

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Guinee inzake luchtvervoer· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 15 juni 1992

1. De bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen die zijn afgegeven of geldig verklaard door één van de Overeenkomstsluitende Partijen en niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits deze bewijzen en vergunningen zijn afgegeven of geldig verklaard overeenkomstig de normen vastgesteld krachtens het Verdrag. 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn afgegeven door de andere Overeenkomstsluitende Partij, niet als geldig te erkennen indien deze bewijzen en vergunningen niet in overeenstemming zijn met de normen vastgesteld krachtens het Verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel