Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog van kracht zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partijen als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, die door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn uitgereikt aan haar eigen onderdanen.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 23 maart
2011 zal, wanneer in deze Overeenkomst wordt verwezen naar
onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen
als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese
Unie (Trb. 2019/93).
Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst van 23 maart
2011 zal, wanneer in deze Overeenkomst wordt verwezen naar
onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, dit worden begrepen
als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese
Unie (Trb. 2019/93).
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1991