Naar hoofdinhoud
(1). De aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van iedere Overeenkomstsluitende Partij stelt of stellen uiterlijk dertig dagen vóór de aanvang van de luchtdiensten op de overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven routes de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis van de te gebruiken typen luchtvaartuigen en de dienstregelingen. Dit is eveneens van toepassing op latere wijzigingen. (2). De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij verschaffen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hun verzoek de periodieke of andere statistische gegevens die redelijkerwijs nodig zijn. Deze gegevens dienen tevens alle inlichtingen te bevatten die redelijkerwijs nodig zijn om de omvang van het vervoer te bepalen, vervoerd door deze luchtvaartmaatschappijen op de overeengekomen diensten alsmede, in het geval van overleg ingevolge artikel 9, derde lid, inlichtingen omtrent de herkomst en bestemming van dat vervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel