**§ 1.** De aanvrage tot het meerekenen van voorraden, vallende onder Artikel III, sub a), dient door de Luxemburgse voorraadplichtige ten laatste 15 werkdagen voor de aanvang van ieder kalenderkwartaal te worden gericht aan de Luxemburgse Minister welke verantwoordelijk is voor de aardolieprodukten. De aanvrage dient de volgende gegevens te bevatten:
aard en hoeveelheid van de voorraden;
naam en adres van de onderneming in welker opslagruimten de voorraden zijn gelegen;
de nauwkeurige aanduiding van de aard en ligging van de opslagruimten waarin de voorraden zich bevinden;
het kalenderkwartaal voor hetwelk de toestemming wordt aangevraagd.
De aanvrager dient, ten genoegen van de Luxemburgse Minister, welke verantwoordelijk is voor de aardolieprodukten, aan te tonen dat hij ten aanzien van de betrokken voorraden beschikkingsbevoegd is en zich te verbinden deze beschikkingsbevoegdheid, tenminste voor de duur van het kalenderkwartaal waarvoor de toestemming wordt aangevraagd te handhaven.
Tevens dient de aanvrager aan te tonen dat, in geval gedurende dit kwartaal een voorzieningscrisis ontstaat, de betrokken voorraden zo nodig ook na afloop van dit kwartaal in de betrokken opslagruimten opgeslagen kunnen blijven.
**§ 2.** De aanvrage tot het aanhouden en meerekenen van de voorraden vallende onder Artikel III, sub b), dient door de Nederlandse voorraadplichtige ten laatste 15 werkdagen voor de aanvang van ieder kalenderkwartaal te worden ingediend bij de Nederlandse Minister van Economische Zaken en vergezeld te gaan van een aan de Luxemburgse voorraadplichtige gerichte verklaring dat deze voorraden tenminste voor de duur van het kalenderkwartaal waarvoor de toestemming wordt gevraagd ter beschikking van de Luxemburgse voorraadplichtige blijven.
Indien de Luxemburgse voorraadplichtige ten aanzien van de betrokken voorraden niet beschikkingsbevoegd is, dient de aanvrage vergezeld te gaan van een aan de Luxemburgse voorraadplichtige gerichte verklaring dat deze voorraden tenminste voor de duur van het kalenderkwartaal waarvoor toestemming wordt gevraagd voorde Luxemburgse voorraadplichtige gereserveerd blijven.
De aan de Luxemburgse voorraadplichtige gerichte verklaring dient tevens in te houden dat, in geval gedurende dit kwartaal een voorzieningscrisis ontstaat, de betrokken voorraden zonodig ook na afloop van dit kwartaal bij de Nederlandse voorraadplichtige ter beschikking van de Luxemburgse voorraadplichtige blijven, c.q. voor de Luxemburgse voorraadplichtige gereserveerd blijven.
In beide gevallen dient de aanvrage de navolgende gegevens te bevatten:
naam en adres van de betrokken Luxemburgse voorraadplichtige;
naam en adres van de voorraadplichtige in wiens opslagruimte de voorraden zijn gelegen of van de voorraadplichtige die de opslagruimte waarin de voorraden zijn gelegen heeft gehuurd of uit andere titel in gebruik heeft;
aard en hoeveelheid van de voorraden;
de nauwkeurige aanduiding van de aard en ligging van de opslagruimten waarin de voorraden zich bevinden;
het kalenderkwartaal voor hetwelk de toestemming wordt aangevraagd.
**§ 3.** De Nederlandse Minister van Economische Zaken zal toestemming tot het aanhouden van de voorraden verlenen indien hij van oordeel is dat de Nederlandse voorraadplichtige gedurende de gehele periode waarvoor toestemming wordt gevraagd over voldoende voorraden beschikt om:
te voldoen aan de op die voorraadplichtige rustende voorraadplicht;
de verbintenissen na te komen die de Nederlandse voorraadplichtige aangaat om voorraden aan te houden voor de Luxemburgse voorraadplichtigen en overige buitenlandse voorraadplichtigen.
**§ 4.** Indien de Nederlandse Minister van Economische Zaken van geen bezwaar is gebleken zendt hij de aanvrage naar de Luxemburgse Minister welke verantwoordelijk is voor de aardolieprodukten. Middels een afschrift stelt hij de Nederlandse voorraadplichtige daarvan in kennis.
Indien de Luxemburgse Minister welke verantwoordelijk is voor de aardolieprodukten van geen bezwaar is gebleken, verleent hij toestemming aan de Luxemburgse voorraadplichtige tot meerekenen van de voorraden.
Bij afwijking van de hoeveelheid tot meerekenen waarvan toestemming wordt verleend, ten opzichte van de hoeveelheid tot aanhouden waarvan de Nederlandse Minister van Economische Zaken toestemming heeft verleend doet hij daarvan onverwijld mededeling aan deze laatste. In dat geval wordt de hoeveelheid tot aanhouden waarvan toestemming is verleend in gelijke mate verminderd.
Artikel IV
Artikel IV
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake het wederzijds meerekenen van voorraden ruwe aardolie, halffabrikaten van aardolie en aardolieprodukten· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 4 december 1983