Naar hoofdinhoud
§ 1. De Luxemburgse Minister welke verantwoordelijk is voor de aardolieprodukten zendt aan de Nederlandse Minister van Economische Zaken zo spoedig mogelijk een afschrift van het document waarin toestemming wordt verleend tot het meerekenen van de voorraden, vallende onder Artikel III, sub a), waarbij tevens de gegevens omschreven in Artikel IV, § 1, worden vermeld. § 2. De Nederlandse Minister van Economische Zaken controleert binnen het kader van zijn bevoegdheden, op verzoek van de Luxemburgse Minister, de aanwezigheid van de voorraden, vallende onder Artikel III van deze Overeenkomst. § 3. Indien in geval van een voorzieningscrisis blijkt dat, hetzij door overmacht hetzij door nalatigheid, het totaal van de bij de Nederlandse voorraadplichtige aanwezige voorraden zich bevindt beneden het totaal van: de voorraden die de Nederlandse voorraadplichtige moet aanhouden voor de op hem rustende voorraadplicht, en de voorraden tot aanhouden waarvan de Nederlandse voorraadplichtige zich ten behoeve van buitenlandse voorraadplichtigen verplicht heeft wordt de Luxemburgse Minister daarvan onverwijld in kennis gesteld. Het tekort zal evenredig worden verdeeld over de betrokken voorraadplichtigen.

Rechtspraak bij dit artikel