Andere vorderingen dan die welke binnen de werkingssfeer van het bepaalde in de artikelen 57 en 58 vallen, kunnen tegen het Agentschap slechts worden ingesteld voor een bevoegde rechter op het grondgebied van een lid waar het Agentschap een kantoor heeft of een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor de inontvangstneming van gerechtelijke stukken. Tegen het Agentschap mogen zulke processen niet worden aangespannen door (i) leden of personen die optreden namens of vordering hebben op leden, of (ii) met betrekking tot personeelsaangelegenheden. De eigendommen en de activa van het Agentschap, ongeacht waar zij zich bevinden en wie daarvan de houder is, zijn onvatbaar voor elke vorm van inbeslagneming, beslaglegging of executie vóór het uitspreken van het eindvonnis of de definitieve gerechtelijke beslissing tegen het Agentschap.
HOOFDSTUK VII
Artikel 44
Rechtshandelingen
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Multilaterale Agentschap voor Investeringsgaranties· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 12 april 1988